LJN:
BH2027,
Rechtbank
Leeuwarden,
17/754502-08
VON
Datum
uitspraak
5
februari
2009
Uitspraak
RECHTBANK
LEEUWARDEN
Sector
straf
parketnummer
17/754502-08
vonnis
van
de
meervoudige
kamer
voor
de
behandeling
van
strafzaken
d.d.
5
februari
2009
in
de
zaak
van
het
openbaar
ministerie
tegen
de
verdachte
[verdachte],
geboren
op
[geboortedatum]
1971
te
[geboorteplaats],
wonende
te
[adres].
De
rechtbank
heeft
gelet
op
het
ter
terechtzitting
gehouden
onderzoek
van
22
januari
2009.
Verdachte
is
niet
verschenen;
wel
zijn
verschenen
mr.
M.M.E.
Rietjens
en
mr.
T.C.
ten
Rouwelaar-Hoogland,
beiden
advocaat
te
Amsterdam,
die
verklaard
hebben
uitdrukkelijk
tot
de
verdediging
te
zijn
gemachtigd.
Telastelegging
Aan
dit
vonnis
is
een
door
de
griffier
gewaarmerkte
fotokopie
van
de
dagvaarding
gehecht,
waaruit
de
inhoud
van
de
telastelegging
geacht
moet
worden
hier
te
zijn
overgenomen.
In
de
telastelegging
voorkomende
schrijffouten
of
kennelijke
misslagen
worden
verbeterd
gelezen.
De
verdachte
is
hierdoor
niet
in
haar
belangen
geschaad.
Vordering
officier
van
justitie
De
officier
van
justitie
heeft
ter
terechtzitting
gevorderd:
-
veroordeling
voor
het
telastegelegde;
-
oplegging
van
een
werkstraf
voor
de
duur
van
100
uren
waarvan
40
uren
voorwaardelijk
met
een
proeftijd
van
drie
jaar.
Ambtshalve
overweging
De
rechtbank
heeft
zich
ambtshalve
gebogen
over
de
vraag
of
deze
situatie,
te
weten
het
niet
afgeven
van
het
kind
ter
uitvoering
van
een
door
de
rechter
opgelegde
omgangsregeling,
valt
onder
de
reikwijdte
van
artikel
279
van
het
Wetboek
van
Strafrecht.
Meer
specifiek
is
de
vraag
of
onder
"onttrekken"
in
de
zin
van
dit
artikel
ook
kan
worden
begrepen
het
niet
meegeven
van
het
kind
door
een
met
het
wettig
gezag
beklede
ouder
aan
de
andere,
eveneens
met
wettig
gezag
beklede
ouder.
In
2000
heeft
de
Staatssecretaris
van
Justitie,
naar
aanleiding
van
de
vraag
of
het
niet
nakomen
van
een
omgangsregeling
bij
een
apart
wetsartikel
strafbaar
moest
worden
gesteld,
nog
verklaard
dat
strafrechtelijke
vervolging
van
een
ouder
niet
in
het
belang
van
het
kind
zou
zijn
(brief
van
11
februari
2000
bij
wetsontwerp
25
451).
Op
15
februari
2005
(NJ
2005,
218,
LJN
AR8250)
heeft
de
Hoge
Raad
echter
overwogen
dat
degene
die
mede
het
gezag
over
een
minderjarig
kind
uitoefent,
dit
kind
desondanks
aan
het
gezag
en/of
het
opzicht
van
een
ander
kan
onttrekken,
bijvoorbeeld
door
zich
niet
te
houden
aan
een
bij
rechterlijke
beslissing
vastgestelde
omgangsregeling.
In
dit
arrest
betrof
het
een
situatie
waarbij
de
vader
het
kind
niet
volgens
de
omgangsregeling
terugbracht
bij
de
moeder
bij
wie
het
kind
zijn
hoofdverblijf
had.
De
Hoge
Raad
achtte
strafrechtelijke
vervolging
op
grond
van
artikel
279
mogelijk.
Het
onderhavige
geval
heeft
betrekking
op
de
omgekeerde
situatie,
namelijk
dat
de
moeder,
bij
wie
het
kind
zijn
hoofdverblijf
heeft,
zich
niet
houdt
aan
de
vastgestelde
omgangsregeling
door
het
kind
niet
met
de
vader
mee
te
laten
gaan.
De
strekking
van
artikel
279
van
het
Wetboek
van
Strafrecht
is
om
degenen
die
het
wettig
gezag
uitoefenen
over
een
minderjarige
in
staat
te
stellen
hun
taak
uit
te
oefenen.
Dit
heeft
naar
het
oordeel
van
de
rechtbank
ook
te
gelden
voor
de
met
het
ouderlijk
gezag
belaste
niet-verzorgende
ouder,
zoals
hier
de
vader.
De
bescherming
van
het
kind
staat
hierbij
centraal.
Gelet
op
deze
strekking
en
de
bewoordingen
van
het
hiervoor
genoemde
arrest,
is
de
rechtbank
van
oordeel
dat
artikel
279
van
het
Wetboek
van
Strafrecht
ook
op
een
situatie
als
de
onderhavige
van
toepassing
is.
Bewijsoverweging
De
raadsvrouw
heeft
op
de
gronden
als
in
haar
pleitnota
aangegeven,
bepleit
dat
verdachte
moet
worden
vrijgesproken
van
het
haar
telastegelegde
nu
er
geen
sprake
is
geweest
van
opzet
bij
verdachte
bij
het
niet
naleven
van
de
omgangsregeling.
De
rechtbank
verwerpt
dit
verweer.
Uit
de
hieronder
weergegeven
bewijsmiddelen
(met
name
de
onder
4.
en
5.
genoemde
stukken)
blijkt
dat
verdachte
zich
vanaf
het
begin
verzet
heeft
tegen
een
omgangsregeling
en
dat
diverse
gerechtelijke
procedures
noodzakelijk
waren
om
haar
te
dwingen
daaraan
mee
te
werken.
Vervolgens
blijkt
dat
in
de
telastegelegde
periode
geen
enkele
maal
de
opgelegde
omgangsregeling
is
uitgevoerd.
Zo
heeft
verdachte,
zoals
blijkt
uit
haar
hieronder
onder
3.
weergegeven
verklaring,
een
aantal
malen
besloten
niet
thuis
te
zijn.
Daarmee
heeft
zij
willens
en
wetens
de
omgangsregeling
niet
nageleefd.
Dat
dit,
zoals
verdachte
stelt,
is
gebeurd
op
advies
van
de
politie
en/of
jeugdzorg,
doet
hier
niet
aan
af.
Het
is
verdachte
zelf
geweest
die
heeft
besloten
weg
te
gaan
en
de
omgangsregeling
niet
na
te
komen.
De
stelling
van
de
raadsvrouw
dat
[de
vader]
zelf
is
weggegaan
toen
bleek
dat
zijn
zoon
niet
meteen
mee
ging,
doet
hier
eveneens
niet
aan
af.
[de
vader]
kwam
om
zijn
zoon
mee
te
nemen
en
toen
hem
duidelijk
was
dat
hij
hem
niet
meekreeg,
kon
niet
van
hem
worden
verwacht
dat
hij
de
volle
duur
van
de
omgangsregeling
voor
de
woning
van
verdachte
door
zou
brengen
met
pogingen
om
alsnog
zijn
zoon
mee
te
krijgen.
Desgevraagd
heeft
de
raadsvrouw
meegedeeld
dat
er
door
verdachte
geen
beroep
op
een
schuld-
of
strafuitsluitingsgrond
wordt
gedaan.
Bewijsmiddelen
De
rechtbank
past
met
betrekking
tot
het
telastegelegde
feit
de
volgende
bewijsmiddelen
toe:
1.
het
in
wettelijke
vorm
opgemaakte
proces-verbaal
van
aangifte
door
[de
vader]
(pag.
13-16
van
het
proces-verbaal
met
OPS-dossiernummer
2007057754)
onder
meer
inhoudende
-zakelijk
weergegeven-
als
zijn
verklaring:
In
2001
ben
ik
gescheiden
van
[verdachte].
Wij
hebben
samen
een
zoon,
[naam
zoon],
geboren
op
[geboortedatum].
Mijn
ex-vrouw
heeft
letterlijk
tegen
mij
gezegd
dat
ik
mijn
zoon
nooit
meer
zou
zien.
Het
gerechtshof
in
Leeuwarden
heeft
op
27
maart
2007
een
omgangsregeling
uitgesproken
met
ingang
van
6
mei
2007.
Uit
een
schrijven
van
haar
advocaat
bleek
dat
mijn
ex-vrouw
hieraan
niet
mee
wilde
werken.
De
voorzieningenrechter
heeft
op
4
mei
2007
uitspraak
gedaan,
inhoudende
dat
mijn
ex-vrouw
moest
meewerken
aan
de
omgangsregeling.
Op
6
mei
2007
heb
ik
mij
gemeld
bij
het
adres
van
mijn
ex-vrouw
in
Franeker.
Zij
wilde
mijn
zoon
niet
meegeven.
Op
20
mei
2007
heeft
dit
zich
herhaald
en
ik
kreeg
wederom
mijn
zoon
niet
mee.
Op
3
juni
2007
heeft
zich
hetzelfde
afgespeeld
waarna
de
heer
[naam]
van
de
politie
een
bemiddelingspoging
heeft
gedaan
maar
mijn
ex-vrouw
wilde
wederom
geen
medewerking
verlenen.
2.
het
in
wettelijke
vorm
opgemaakte
proces-verbaal
van
verhoor
van
[de
vader]
(pag.
17-18
van
het
proces-verbaal
met
OPS-dossiernummer
2007057754)
onder
meer
inhoudende
-zakelijk
weergegeven-
als
zijn
verklaring:
Alle
keren
dat
ik,
van
17
juni
2007
tot
15
november
2007,
bij
mijn
ex-vrouw
ben
geweest
om
mijn
zoon
op
te
halen,
gaf
zij
hem
niet
mee
of
waren
zij
zelfs
niet
thuis.
3.
het
in
wettelijke
vorm
opgemaakte
proces-verbaal
van
verhoor
van
verdachte,
[verdachte]
(pag.
22-28
van
het
proces-verbaal
met
OPS-dossiernummer
2007057754),
wonende
te
Franeker,
onder
meer
inhoudende
-zakelijk
weergegeven-
als
haar
verklaring:
Op
10
mei
2001
ben
ik
gescheiden
van
[de
vader].
Wij
hebben
beiden
het
ouderlijk
gezag
over
zoon
[naam
zoon].
De
verstandhouding
is
vanaf
die
tijd
slecht
geweest.
Het
gerechtshof
heeft
besloten
dat
[de
vader]
recht
had
op
omgang
met
zijn
zoon.
Op
6
mei
2007,
20
mei
2007
en
3
juni
2007
kwam
[de
vader]
om
[naam
zoon]
op
te
halen.
[naam
zoon]
is
niet
meegegaan
en
[de
vader]
is
vertrokken.
Hierna
ben
ik
gebeld
door
de
politie.
Op
14
juni
2007
is
er
een
zitting
geweest
en
mijn
verzoek
om
een
begeleide
omgangsregeling
is
afgewezen.
Op
17
juni
2007
heb
ik
ervoor
gekozen
niet
thuis
te
blijven.
Op
1
juli
2007
is
[de
vader]
vermoedelijk
ook
aan
de
deur
geweest.
Op
15
juli
2007
heb
ik
besloten
niet
aanwezig
te
zijn.
Bureau
Jeugdzorg
heeft
de
Raad
voor
de
kinderbescherming
verzocht
onderzoek
te
doen
naar
een
ondertoezichtstelling
omdat
wij
er
op
vrijwillige
basis
niet
uitkwamen.
Op
23
september
2007
ben
ik
weggegaan
omdat
ik
niet
wil
dat
[de
vader]
langs
komt
in
het
bijzijn
van
de
politie.
Op
7
oktober
2007
was
ik
niet
thuis.
Op
20
oktober
2007
belde
de
vrouw
van
[de
vader];
ik
heb
opgehangen.
4.
een
afschrift
van
de
beschikking
van
het
gerechtshof
van
27
maart
2007
(pag.
32-39
van
het
proces-verbaal
met
OPS-dossiernummer
2007057754)
in
de
zaak
van
[de
vader]
tegen
[verdachte],
onder
meer
inhoudende
als
overweging
van
het
gerechtshof:
Niet
is
gebleken
dat
contact
tussen
de
vader
en
[naam
zoon],
ten
gevolge
van
gedragingen
van
de
vader,
nadelig
zou
zijn
voor
[naam
zoon];
de
omgang
stuit
uitsluitend
af
op
het
feit
dat
de
ouders
niet
met
elkaar
overweg
kunnen
en,
met
name,
de
halsstarrige,
weigerachtige
houding
van
de
moeder.
Gelet
op
het
uitsluitend
door
de
moeder
gefrustreerde
verloop
van
het
door
de
rechtbank
vastgestelde
proefcontact
is
er
geen
reden
om
aan
te
nemen
dat
de
moeder
tot
andere
gedachten
kan
worden
gebracht.
Stelt
tussen
de
vader
en
de
minderjarige
[naam
zoon]
een
omgangsregeling
vast
in
die
zin
dat
hij
gerechtigd
is
de
minderjarige
bij
zich
te
ontvangen
met
ingang
van
6
mei
2007
voor
de
duur
van
twee
maanden:
éénmaal
per
twee
weken;
met
ingang
van
1
juli
2007
voor
de
duur
van
één
maand:
éénmaal
per
twee
weken;
met
ingang
van
12
augustus
2007
voor
de
duur
van
twee
maanden:
éénmaal
per
twee
weken
en
vervolgens
met
ingang
van
7
oktober
2007:
een
weekend
per
twee
weken.
5.
een
afschrift
van
het
vonnis
in
kort
geding
van
de
rechtbank
Leeuwarden
(pagina
40-44
van
het
procesverbaal
met
OPS-dossiernummer
2007057754)
van
4
mei
2007
in
de
zaak
van
[de
vader]
tegen
[verdachte]
onder
meer
inhoudende
als
overweging
van
de
voorzieningenrechter:
De
inzet
van
dit
geding
is
de
niet
nakoming
door
de
vrouw
van
de
omgangsregeling
zoals
die
is
vastgesteld
bij
beschikking
van
het
gerechtshof
van
27
maart
2007.
De
vrouw
heeft
de
man
doen
weten
dat
zij
de
door
het
gerechtshof
vastgestelde
omgangsregeling
niet
zal
nakomen.
Onvoldoende
aannemelijk
is
geworden
dat
de
vrouw
buiten
staat
is,
dan
wel
dat
het
haar
onmogelijk
is
de
omgangsregeling
na
te
komen.
Het
is
niet
onbegrijpelijk
dat
[naam
zoon]
juist
bij
de
vrouw,
die
vanaf
de
aanvang
al
erg
veel
moeite
heeft
gehad
met
en
zich
verzet
heeft
tegen
een
omgangsregeling
van
[naam
zoon]
met
zijn
vader
en
dit
al
zes
jaar
heeft
weten
tegen
te
houden,
vertelt
dat
hij
niet
naar
zijn
vader
wil.
De
vrouw
heeft
desgevraagd
verklaard
niet
vrijwillig
bereid
te
zijn
de
omgangsregeling
na
te
komen.
Veroordeelt
de
vrouw
haar
medewerking
te
verlenen
aan
de
omgangsregeling
zoals
beschreven
in
de
beschikking
van
het
gerechtshof
Leeuwarden
van
27
maart
2007,
bepaalt
dat
de
vrouw
voor
iedere
dag
dat
zij
weigert
haar
medewerking
te
verlenen
aan
de
man
een
dwangsom
verbeurt;
machtigt
de
man
dit
vonnis
zonodig
met
behulp
van
de
sterke
arm
van
politie
en
justitie
ten
uitvoer
te
leggen.
Bovenstaande
wettige
bewijsmiddelen
-in
onderling
verband
en
samenhang
beschouwd-
houden
de
redengevende
feiten
en
omstandigheden
in
waarop
de
beslissing
van
de
rechtbank
steunt
dat
verdachte
het
hierna
bewezenverklaarde
feit
heeft
begaan.
Bewezenverklaring
De
rechtbank
acht
het
telastegelegde
bewezen,
met
dien
verstande
dat:
zij
in
de
periode
van
6
mei
2007
tot
en
met
14
november
2007,
te
Franeker,
meermalen,
telkens
opzettelijk,
een
minderjarige,
te
weten
[naam
zoon],
geboren
op
[geboortedatum],
telkens
heeft
onttrokken
aan
het
wettig
over
hem
gesteld
gezag
(te
weten
het
gezag
van
de
vader
van
de
minderjarige,
genaamd
[de
vader]),
door
telkens,
op
de
data
en
tijdstippen
zoals
genoemd
in
de
omgangsregeling
(beschikking
van
het
Gerechtshof
d.d.
27
maart
2007
betrekking
hebbende
op
de
minderjarige
met
de
gezaghebbende
ouder
[de
vader]),
de
minderjarige
niet
af
te
geven
aan
die
[de
vader]
en
die
[de
vader]
niet
in
staat
te
stellen
de
minderjarige
bij
zich
te
ontvangen,
en
aldus
de
minderjarige
telkens
buiten
bereik
van
die
[de
vader]
en
bij
die
[de
vader]
weg
te
houden,
zulks
terwijl
de
minderjarige
telkens
beneden
de
twaalf
jaren
oud
was.
De
verdachte
zal
van
het
meer
of
anders
telastegelegde
worden
vrijgesproken,
aangezien
de
rechtbank
dat
niet
bewezen
acht.
Kwalificatie
Het
bewezene
levert
op
het
misdrijf:
Opzettelijk
een
minderjarige
onttrekken
aan
het
wettig
over
hem
gesteld
gezag,
meermalen
gepleegd.
Strafbaarheid
verdachte
De
rechtbank
acht
verdachte
strafbaar
nu
niet
van
enige
strafuitsluitingsgrond
is
gebleken.
Strafmotivering
De
rechtbank
neemt
bij
de
bepaling
van
de
hierna
te
vermelden
strafsoort
en
strafmaat
in
aanmerking:
-
de
aard
en
de
ernst
van
het
gepleegde
feit;
-
de
omstandigheden
waaronder
dit
is
begaan;
-
de
persoon
van
verdachte,
zoals
daarvan
ter
terechtzitting
is
gebleken
en
deze
naar
voren
komt
uit
het
uittreksel
uit
het
algemeen
documentatieregister;
-
de
vordering
van
de
officier
van
justitie;
-
het
pleidooi
van
de
raadsvrouw.
Verdachte
heeft
zich
schuldig
gemaakt
aan
onttrekking
van
haar
destijds
negenjarige
zoon
[naam
zoon]
aan
het
wettig
gezag.
Het
Gerechtshof
te
Leeuwarden
heeft
bij
beschikking
van
27
maart
2007
een
omgangsregeling
vastgesteld
tussen
[naam
zoon]
en
zijn
vader.
De
vader
was
evenals
verdachte
belast
met
het
gezag
over
[naam
zoon].
Het
Hof
heeft,
rekening
houdend
met
het
feit
dat
[naam
zoon]
en
zijn
vader
elkaar
lange
tijd
niet
hebben
gezien,
een
opbouw
in
de
regeling
opgenomen.
Verdachte
heeft
echter
aangegeven
deze
omgangsregeling
niet
te
zullen
nakomen
en
heeft
het
arrest
van
het
hof
en,
in
het
verlengde
daarvan,
het
vonnis
in
kort
geding
van
4
mei
2007
eenvoudigweg
naast
zich
neergelegd.
[naam
zoon]
en
de
vader
hebben
elkaar
ongeveer
zeven
jaar
niet
meer
gezien
en
verdachte
heeft
hierbij
een
kwalijke
rol
gespeeld.
In
dit
verband
verwijst
de
rechtbank
naar
de
overwegingen
in
het
arrest
van
het
hof:
(rechtsoverweging
17:)
"..
is
het
hof
van
oordeel
dat
de
moeder
geen
relevante
gronden
heeft
aangevoerd,
laat
staan
gesubstantieerd,
die
de
conclusie
rechtvaardigen
dat
de
vader
de
omgang
met
zijn
zoon
moet
worden
ontzegd.
Niet
is
gebleken
dat
contact
tussen
de
vader
en
[naam
zoon],
ten
gevolge
van
gedragingen
van
de
vader,
nadelig
zou
zijn
voor
[naam
zoon];
de
omgang
stuit
uitsluitend
af
op
het
feit
dat
de
ouders
niet
met
elkaar
overweg
kunnen
en,
met
name,
de
halsstarrige,
weigerachtige
houding
van
de
moeder.
Het
vaststaande
feit
dat
[naam
zoon]
daardoor
in
een
ernstig
loyaliteitsconflict
verzeild
raakt,
is
onvoldoende
reden
om
hem
het
contact
met
zijn
vader
te
ontzeggen.
(...)
(rechtsoverweging
18:)
Het
aanbod
van
de
raad
ter
zitting
om
alsnog
proefcontacten
ten
kantore
van
de
raad
te
laten
plaatsvinden,
waarna
(de
gedragdeskundige
van)
de
raad
nog
nader
kan
rapporteren
en
adviseren,
passeert
het
hof,
mede
gelet
op
deze
uitlatingen
en
toevoeging
dat
zij
zich
"never
nooit"
voor
dit
doel
naar
de
raad
zal
begeven.
Gelet
op
het
uitsluitend
door
de
moeder
gefrustreerde
verloop
van
het
door
de
rechtbank
vastgestelde
proefcontact
is
er
geen
reden
om
aan
te
nemen
dat
de
moeder
tot
andere
gedachten
kan
worden
gebracht."
Het
hof
liet
er
geen
misverstand
over
bestaan:
het
is
verdachte
die
de
omgangsregeling
frustreert
en
tegenwerkt.
Verdachte
heeft
[naam
zoon]
als
instrument
gebruikt
in
het
conflict
met
haar
ex-partner.
De
bezorgdheid
over
[naam
zoon]
die
duidelijk
in
de
aangehaalde
rechterlijke
beslissingen
is
verwoord,
vond
bij
verdachte
geen
enkele
weerklank.
Verdachte
lijkt
zich
thans
te
willen
verschuilen
achter
de
weigerachtige
houding
van
[naam
zoon],
waarmee
zij
haar
verantwoordelijkheid
als
verzorgende
ouder
uit
de
weg
gaat.
Van
verdachte
als
verzorgende
ouder
mag
worden
verwacht
dat
zij
zich
tot
het
uiterste
inspant
om
de
omgang
met
de
niet
verzorgende
ouder
voor
het
kind
zo
plezierig
mogelijk
te
laten
plaatsvinden,
dat
zij
haar
kind
goed
op
het
verblijf
bij
de
vader
voorbereidt
en
laat
merken
dat
zij
het
hem
gunt
dat
hij
eindelijk
weer
zijn
vader
ontmoet.
Daarbij
had
verdachte
te
vermijden
dat
zij
zich
naar
[naam
zoon]
toe
in
negatieve
zin
over
de
vader
uitliet.
Het
persoonlijk
conflict
tussen
de
ouders
diende
ondergeschikt
te
worden
gemaakt
aan
het
belang
van
het
kind.
Het
tegendeel
was
echter
het
geval.
De
opmerking
van
verdachte
dat
[naam
zoon]
geroepen
zou
hebben
dat
hij
zijn
vader
haatte,
geeft
geen
blijk
van
een
stimulerend
optreden
door
verdachte,
gelet
op
het
feit
dat
[naam
zoon]
zijn
vader
nog
maar
nauwelijks
heeft
ontmoet.
Het
lijkt
eerder
zo
te
zijn
dat
verdachte
ervoor
heeft
gezorgd
dat
er
bij
[naam
zoon]
een
negatieve
beeldvorming
is
ontstaan
over
de
vader.
Dat
de
belangen
van
[naam
zoon]
in
ernstige
mate
te
kort
worden
gedaan
door
hem
het
recht
op
contact
met
zijn
vader
te
ontzeggen,
acht
de
rechtbank
uiterst
kwalijk.
Dat
daarmee
ook
het
recht
van
de
vader
op
omgang
met
zijn
minderjarige
zoon
tekort
gedaan
wordt,
acht
de
rechtbank
eveneens
uiterst
kwalijk.
Het
is
de
rechtbank
weliswaar
bekend
dat
het
hof
onlangs
de
omgangsregeling
heeft
opgeschort,
maar
dat
was
in
het
belang
van
[naam
zoon]
en
maakt
de
laakbaarheid
van
het
gedrag
van
verdachte
in
de
telastegelegde
periode
er
niet
minder
op.
Het
mag
duidelijk
zijn
dat
beslissingen
van
rechterlijke
colleges
nageleefd
dienen
te
worden.
In
aangehaald
arrest
en
vonnis
in
kort
geding
is
getracht
een
rustig
begin
te
maken
met
de
omgangsregeling,
nu
verdachte
daartoe
zelf
niet
in
staat
was.
Desalniettemin
bleef
verdachte
een
geheel
eigen
koers
varen,
niet
gehinderd
door
gerechtelijke
uitspraken
die
haar
niet
bevielen.
Het
feit
dat
de
raadsvrouw
van
verdachte
ter
zitting
heeft
verklaard
dat
bovenaangehaalde
uitspraak
van
het
hof
onjuist
zou
zijn,
is
juridisch
gezien
opmerkelijk
en
zal
verdachte
zeker
niet
bewogen
hebben
daaraan
het
gezag
toe
te
kennen
dat
bij
een
rechterlijke
beslissing
hoort.
Nu
het
negeren
van
de
beslissing
van
het
hof
met
zich
meebrengt
dat
verdachte
zich
heeft
schuldig
gemaakt
aan
het
misdrijf
onttrekking
van
een
minderjarige
aan
het
wettig
gezag,
zal
de
rechtbank
haar
een
straf
opleggen.
Gelet
op
de
aard
van
de
onderliggende
materie
en
het
feit
dat
verdachte
geen
strafblad
heeft,
zou
in
beginsel
nog
overwogen
kunnen
worden
om
met
een
geheel
voorwaardelijke
straf
te
volstaan.
Nu
echter
via
de
civielrechtelijke
weg
meerdere
malen
geprobeerd
is
om
verdachte
tot
andere
gedachten
te
brengen
maar
verdachte
volhardend
blijft
in
haar
weigering,
acht
de
rechtbank
een
deels
onvoorwaardelijke
straf
op
zijn
plaats.
De
rechtbank
zal
verdachte
veroordelen
tot
een
werkstraf
voor
de
duur
zoals
hierna
te
bepalen.
De
proeftijd
zal,
anders
dan
de
officier
van
justitie
heeft
geëist,
worden
bepaald
op
twee
jaar
gezien
artikel
14b,
tweede
lid,
van
het
Wetboek
van
Strafrecht.
Toepassing
van
wetsartikelen
De
rechtbank
heeft
gelet
op
de
artikelen
14a,
14b,
14c,
22c,
22d,
57
en
279
van
het
Wetboek
van
Strafrecht.
DE
UITSPRAAK
VAN
DE
RECHTBANK
LUIDT,
RECHTDOENDE:
Verklaart
het
telastegelegde
bewezen,
te
kwalificeren
en
strafbaar
in
voege
als
voormeld
en
verdachte
deswege
strafbaar.
Veroordeelt
verdachte
te
dier
zake
tot:
Een
werkstraf,
bestaande
uit
het
verrichten
van
100
uren
onbetaalde
arbeid.
Bepaalt,
dat
van
deze
werkstraf
een
gedeelte,
groot
40
uren,
niet
zal
worden
tenuitvoergelegd,
tenzij
de
rechter
later
anders
mocht
gelasten,
op
grond,
dat
de
veroordeelde
zich
voor
het
einde
van
een
proeftijd,
welke
hierbij
wordt
vastgesteld
op
twee
jaren,
aan
een
strafbaar
feit
heeft
schuldig
gemaakt.
Beveelt
dat
voor
het
geval
de
veroordeelde
het
onvoorwaardelijk
opgelegde
deel
van
de
werkstraf
niet
naar
behoren
verricht,
vervangende
hechtenis
voor
de
duur
van
30
dagen
zal
worden
toegepast.
Beveelt
voorts
dat,
indien
het
mocht
komen
tot
de
tenuitvoerlegging
van
het
voorwaardelijk
opgelegde
deel
van
de
werkstraf,
vervangende
hechtenis
voor
de
duur
van
20
dagen
zal
worden
toegepast,
indien
de
veroordeelde
dat
deel
van
de
werkstraf
niet
naar
behoren
verricht.
Verklaart
niet
bewezen
hetgeen
aan
verdachte
meer
of
anders
is
telastegelegd
dan
het
bewezenverklaarde
en
spreekt
verdachte
daarvan
vrij.
Dit
vonnis
is
gewezen
door
mr.
A.H.M.
Dölle,
voorzitter,
mr.
H.
van
der
Werff
en
mr.
M.
van
den
Bosch,
rechters,
bijgestaan
door
T.L.
Komrij,
griffier,
en
uitgesproken
ter
openbare
terechtzitting
van
deze
rechtbank
op
5
februari
2009.
2009
Oudervervreemding.nl
-
Ouderverstoting.nl
(*) De naam en het voornaamste onderwerp van deze site,
'Ouderverstoting', is een woord met een voor velen negatief karakter.
Helaas zíjn houding en gedrag en de activiteiten - die als oudervervreemdend en
ouderverstotend in verschillende gradaties kunnen worden aangemerkt - in de praktijk
schadelijk, beschadigend en negatief van karakter.
Op deze site wordt voornamelijk gesproken over de moeder als de primaire,
kinder'gijzelende', ouder(& familie!)vervreemdende- en ouderverstotende ouder en de
(welwillende) vader als ouder op wie het (ouder)verstotende gedrag is gericht, aangezien
dit volgens onderzoek in Nederland in de
overgrote
meerderheid
van
deze
gevallen
zo
is.
Om
de
realiteit
m.b.t.
deze
vorm
van
actieve
kindergijzeling,
oudervervreemdend
en
ouderverstotend
gedrag
duidelijk(er)
en
indringender
onder
de
aandacht
te
brengen
is
voor
deze
presentatie,
uitgaande
van
de
meerderheid
van
de
gevallen,
gekozen.
Daar waar het de overige
situaties
betreft, is veelal in grote lijnen de omgekeerde
situatie van toepassing en kunt u de woorden 'moeder' voor 'vader' vervangen/lezen en
omgekeerd. In beide gevallen wordt het
(ouder)vervreemdings- en
-verstotingsgedrag als even schadelijk en verwerpelijk gezien.
Ouders
die, ondanks dat zij niet (meer) bij elkaar wonen (bijvoorbeeld door
scheiding of einde -partner-relatie)
er wél actief voor blijven zorgen dat de relatie en
familieband van hun kinderen met de andere welwillende ouder en familie zo ongestoord
mogelijk doorgang kan blijven vinden, hoe lastig soms ook, gelukkig de meeste,
verdienen
alle lof. Deze ouders beseffen dat hun partner-relatie gestopt is en ze altijd een
ouder-relatie m.b.t. de kinderen zullen houden en dat de kinderen gebaat zijn met
wederzijds respect en overleg, informatie-uitwisseling en consultatie m.b.t. belangrijke
zaken de kinderen aangaande. Zij spannen zich maximaal in om
geen wederzijdse vervreemding tussen de kinderen en de andere ouder én
familieleden te veroorzaken, met mogelijk het ouderverstotingssyndroom bij de
kinderen veroorzakend.
Moeder-zijn en Vader-zijn, zijn
eigenlijk
werkwoorden. Het ouder zijn vergt van beide ouders
inspanning, ook ná een samenlevingsvorm, voor de kinderen.
Het
éénzijdig
als
ouder
terugtrekken
en frustreren
hiervan
past
hier
niet
bij. Op de welwillende ouders die deze inspanning voor hun kinderen naar beste kunnen
ook daadwerkelijk leveren is de meeste informatie op deze site dan ook zeker
niet van
toepassing.
De site Ouderverstoting.nl streeft naar een brede informatieverschaffing over
ouder/familie-vervreemding en de mogelijke ernstige (veelal psychische) gevolgen op de
betrokken kinderen en familieleden en het vergroten van het inzicht in de Nederlandse
praktijk van het familierecht om hierin de noodzakelijk geachte
rigoureuze veranderingen te
bewerkstelligen.
Ouderverstoting.nl/ECvdW is, hoewel vaak eens en sympathiserend met veel
gedachtengoed en uitgangspunten, niet verbonden aan enige organisatie of groepering
die op dit gebied actief zijn.
© 2003-2011 EvdWaal - Oudervervreemding.nl -
Ouderverstoting.nl
Overname van teksten en publicatie alleen toegestaan
met bronvermelding/link: www.ouderverstoting.nl
uw donatie
helpt
o.a.
om
deze
site
actueel en
de
informatievoorziening
en
aandacht
ervoor
in
stand
te
houden.
Zorg er met uw
bijdrage voor dat ouder/familie-vervreemding en ouderverstoting zoveel mogelijk wordt voorkomen !
Een
donatie
wordt
zeer
op
prijs
gesteld.
KLIK
HIER
VOOR
DONATIE
dank
u
[Laatste
siteupdate:
5
feb
2012]
Zoeken op deze site: