Felicitaties aan kinderen die met een scheiding te
maken krijgen door de RvdK1 (bij
monde van mevr. E.A. Smulders-Groenhuijsen in haar reactie op de nota van mevr.
E. Kalsbeek(PvdA),‘Ouder blijf je’, april 2004). Kan de houding van de RvdK nog
duidelijker ?!
Hoe komt het toch RvdK, dat Nederland het IVRK2 en het EVRM3 (met name Art.8) en de fundamentele vrijheden van de mens heeft geratificeerd en dat u zich, samen met vele, mede door uw verwrongen gedachtengoed, geïnfecteerde collegae van de RvdK, gelijkgestemden bij PvdA, CDA, ..., politie, kinderrechters, hierboven verheven achten ?
Dat een natuurrecht, om
in en met eigen familie op te groeien, in Nederland met voeten wordt getreden ?
Het is niet voor niets dat dit natuurrecht onlangs nog eens door Mr. P. Prinsen als een
‘ius ante
legem’ (een recht voorafgaand aan de wet) werd beschreven. Ook is in een recente (1 juni 2004; zaaknr: 00045582/99) uitspraak
van het EUROPEAN COURT
OF HUMAN RIGHTS de Staat der Nederlanden tot een schadevergoeding veroordeeld
voor berokkende immaterieële schade door het niet respecteren van het
familieleven tussen een vader en zijn kind.
De individualisering en verdere psychische beschadiging van vele kinderen -en
ook hun vaders- in onze maatschappij wordt, door het respectloos ontkoppelen
van door ouders gewenste familiebanden met hun kinderen (gebaseerd op hun
natuurlijke rechten en fundamentele vrijheden op omgang met hun nageslacht)
door deze denkwijze en handelen, in ernstige mate vergroot.
Tja, RvdK, hoe zou het nou toch komen dat er zoveel
over opvoeding door beíde ouders wordt geschreven ? Misschien door het
wanbeleid dat door Raden voor de Kinderbescherming en kinderrechters op het
gebied van familie- en omgangsrecht wordt gevoerd ? Dat gekwelde ouders
(meestal vaders)4 tot wanhoop drijft ?
Emoties om -gedwongen- verlies van de band met je kind(eren) laaien uiteraard
hoog op. Gek hè ? Hoe zou u zich voelen als u uw kinderen een maand of zelfs
één of meerdere jaren wordt ontnomen ? Al die tijd niet met ze mag/kunt praten,
niet zien of horen ?
Liefhebbende en welwillende ouders (veelal vaders) en grootouders die gewoon
het familieleven met hun (klein)kind(eren), met wie een wederzijdse hechting
bestaat, willen blijven voortzetten. Deze ouders, die hun kinderen dit
familieleven met de belangrijkste personen in hun leven, níet willen ontnemen.
Zij beseffen dat hun ouderrol en ouder-kind-relatie niet verdwijnt nadat de
partnerrelatie met de andere ouder is opgehouden. Vaders die níet op wederzijds
traumatische wijze, door RvdK en rechter gedwongen gescheiden en onthecht
willen worden van hun kind(eren). Die de schadelijke psychische gevolgen van
oudervervreemding en de onthechting bij kinderen kennen, begrijpen én ook zelf
ervaren en dit hun kinderen níet willen aandoen. Veel moeders, hierin meestal
gesteund door RvdK en rechters, hebben hier geen probleem mee, die willen dit
juist wel.
Meestal zijn niet de
kinderen de oorzaak van een scheiding tussen hun ouders. Zij vragen er niet om.
Zij vragen er ook niet om gescheiden te worden van één van hun ouders.
RvdKsmedewerkers en rechters hebben daar echter geen enkel probleem mee, gezien
het aantal beschikkingen, vaak op advies van de RvdK, om kinderen van een vader4 te scheiden.
De rechten van kinderen
gelden altijd, zowel vòòr als na een scheiding of een conflict tussen ouders.
De rechten van kinderen op een ongehinderde omgang en familieleven met beide
ouders spelen uiteraard pas een rol op het moment dat ouders en kinderen niet
(meer) bij elkaar wonen en er sprake is van éénzijdig frustreren van deze
rechten van het kind. Juist dán moeten ouders er terdege van doordrongen zijn
dat zij wel als partners uit elkaar gaan, maar dat zij de plicht blijven houden
om ervoor te blijven zorgen dat hun kinderen de relatie die ze met hen hebben,
ongestoord kunnen blijven voortzetten.
Raadsmedewerkers,
rechters, het leven ís niet ideaal, hoe graag we dit misschien ook zouden
willen. Een open deur ? Waarom wordt dan steeds weer getracht de realistische
wereld van ouders en hun kinderen, op idealistische wijze met een eigen
bedachte perfecte ‘sprookjeswereld’ te vergelijken en ouders en kinderen op
elke afwijking hiervan ‘af te rekenen’ ?
Zowel in
niet-scheidingssituaties als ook vòòr en ná een ‘scheiding’ van ouders komen er
in élk kinderleven wel dingen voor die beter kunnen. Dat was zo in uw ouders
jeugd, in uw eigen jeugd, en ook in het leven van uw kinderen. U weet dat dit
normaal is; het maakt onderdeel uit van de normale ontwikkeling van élk mens,
van élk kind. Zo is het leven.
Gescheiden partners blijven de ouders van hun kinderen. De relatie tussen de
ouders verandert, de partner-relatie vervalt, de ouder-relatie blijft. Kinderen
houden dezelfde ouders en dezelfde ouder-kind-relatie, al zal het leven er na
de scheiding van de ouders anders uit gaan zien en zullen de familie- en
contactmomenten anders georganiseerd worden. Dat is nu eenmaal onderdeel van de
realiteit.
Realiteit is ook dat jaarlijks, naast de ruim 30.000 kinderen die bij
echtscheidingen betrokken zijn (ruim 60.000 ouders), ruim 70.000 relaties
jaarlijks uit elkaar gaan (nog eens 140.000 personen), waar geen sprake is van
een situatie van getrouwd zijn of geregistreerd partnerschap. Ook hierbij zijn
vele kinderen en hun ouders betrokken. In het algemeen maakt de (formele)
relatievorm tussen de ouders voor de ontwikkeling van een kind niets uit.
De situatie en omstandigheden van alle kinderen zijn verschillend, ook hun
afkomst, karakters, kwaliteiten, vaardigheden en gedrag van hun ouders. Dat
maakt dat er grote verschillen bestaan in mogelijkheden en kansen die kinderen
in hun leven krijgen (dat levert de grote verschillen in kinderen en
volwassenen op), dát is normaal.
Visie
Jeugdzorg/hulpverlening, Raadsmedewerkers, Rechters
Is het de Jeugdzorg, de RvdK, de rechterlijke macht, die bepalen hoe precies een kind dient op te groeien in Nederland ? Hebben zij daar het alleenrecht op ? Het heeft er, gezien de respectloze werkwijze en de vele adviezen en beschikkingen in het familierecht, alle schijn van dat zij in deze ‘idealistische’ (waan)veronderstelling zijn. Zij schijnen, indien naar hun mening daarover wordt gevraagd, te vinden dat elke ouder perfect moet zijn, als mens, in karakter, in gedrag, in opvoedingskwaliteiten en daarmee verplicht is bij voortduring de perfecte omstandigheden voor een kind te scheppen. Met deze kijk op de wereld worden vele vaders hun kinderen eenvoudig ontnomen; perfecte mensen bestaan namelijk niet.
Het genieten van
familieleven met niet-perfecte vaders kán natuurlijk niet goed zijn voor de
ontwikkeling van een kind.. Tegen élke afwijking van perfectie moet tenslotte
hard worden opgetreden, ‘in het belang van het kind’..., aldus de zienswijze en
uitvoering daarvan in de dagelijkse praktijk van de Nederlandse RvdK en de
Rechterlijke macht.
Zij geloven blijkbaar niet in verschillende manieren van opvoeden. Hun manier,
hun kijk op en invulling van een gezonde opvoeding en ontwikkeling, is de enige
juiste. Zij vinden blijkbaar dat zij zich een oordeel kunnen veroorloven over
óf een kind nog wel van zijn vader in zijn leven mag genieten, en andersom. Zij
zien zichzelf als instellingen die het allemaal wel eventjes voor de kinderen
zullen bepalen en regelen voor het leven. Daarmee zijn zij een bedreiging voor
vele kinderen, die hierbij afhankelijk zijn van een door hen gegeven oordeel.
Toeëigenen
toekomst kinderen
Raadsmedewerkers, -gedragsdeskundigen en rechters
eigenen zich de toekomst van kinderen toe door hierover te -willen- oordelen en
te bepalen, kinderen met wie zij in feite totaal niets van doen hadden of
hebben, waar geen enkele persoonlijke- of langdurige familiaire band bestaat of
ooit zal ontstaan.
Zij bemoeien zich in vele gevallen op ongeoorloofde wijze met het familieleven
en de levensloop en privézaken van voor hun volstrekt onbekende personen,
ouders en hún kind(eren), door hen het fundamenteel recht en de fundamentele
vrijheid van het kunnen genieten van hun familieleven te ontnemen, door als
RvdK hier tégen te adviseren aan rechtbanken, die deze adviezen vaak overnemen.
We weten inmiddels ook dat de RvdK in vele omgangszaken wanbeleid
voert en op -aangetoonde- uiterst incompetente wijze haar werkzaamheden
uitvoert. De vele gegrond verklaarde klachten wijzen hierop. Ook dat menig
ouder (meestal de vaders), binnen enkele contacten met de medewerkers van de RvdK
hierdoor tot wanhoop worden gedreven. Ouders worden actief gefrustreerd en
(verder) tegen elkaar opgezet. Schokkend slechte rapportages en idem adviezen
aan rechtbanken zijn het gevolg. Tegen normen in worden ettelijke maanden tot
járen van zogenaamd ‘onderzoek’ door de RvdK gedaan, zonder parallel omgang
tussen kind en de ouder (meestal de vader) te bewerkstelligen. Daarmee zijn zij
mede verantwoordelijk voor de oudervervreemding die door deze werkwijze wordt
veroorzaakt. De negatieve invloed hiervan op de levens van de kinderen en hun
vader wordt door de RvdK vaak ontkend en geen enkel bezwaar. Oudervervreemding
en ouderverstoting wordt tenslotte door de RvdK (voorzover de raadsonderzoekers
al weet van hebben van deze processen) niet serieus genomen. Het psychisch
welzijn van het kind wordt bovendien ondergeschikt gemaakt aan de uiterst trage
procesgang van RvdK en Gerechtelijke macht.
Het belang van het
kind
Ongedefinieerd, ‘want niemand
weet waar we het eigenlijk over hebben’, zegt de RvdK bij monde van mevr. E.
Smulders. De RvdK en rechters gebruiken deze ‘slogan’ al decennia, maar de RvdK
heeft nu op magische wijze bedacht wat dat ‘belang van het kind’ dan wél
inhoudt... Volgens mevr. Smulders is het enige belang van een kind: “Het
fundamentele recht op een gezonde en evenwichtige ontwikkeling en uitgroei naar
zelfstandigheid.”
En hoe ziet dat enige belang van het kind er volgens de RvdK uit ? Door als
gedrags’deskundigen’ van de RvdK, tegen alle gezond verstand in en tegen alle
gezaghebbende onderzoekers en onderzoeken in die het tegendeel aantonen (prof.
van Gijseghem, prof. G.P. Hoefnagels, dipl.psych. U. Kodjoe, e.v.a.), te
bepalen dat:
- bij een traumatische scheiding van een kind en een ouder (en bijbehorende
familie), aan wie het kind jarenlang gehecht was, geen omgang te adviseren aan
de rechter; dat dit goed is voor de ‘gezonde/evenwichtige’ ontwikkeling van een
kind ?
- de vader in de meeste gevallen niet op uw meetlat van een evenwichtig
kinderleven staat.
- het aan het kind ontnemen van de helft van de identiteit, van de wortels van
het bestaan van het kind, door ontzegging van elk contact met een ouder
(meestal de vader) en bijbehorende familie en sociale omgeving, goed is voor de
‘gezonde/evenwichtige’ ontwikkeling van een kind ?
- deze door RvdK/Rechter opgelegde -geforceerde- scheiding van een liefhebbende
ouder goed is voor het kind ?
- onthechting en oudervervreemding, door het langdurig moedwillig onthouden van
elk contact met een der ouders, goed is voor de ‘gezonde/evenwichtige’ ontwikkeling
van een kind ?
- ouderverstotend gedrag richting een ouder, door ouderverstotend gedrag door
de ouder bij wie het kind woont (meestal de moeder), goed is voor de emotionele
ontwikkeling en de ‘gezonde/evenwichtige’ ontwikkeling van een kind ?
- moedwillige valse beschuldigingen van sexueel misbruik van moeder aan het
adres van de vader, niet als ernstig delict hoeft te worden gezien ? Dat
hiermee direct óók het kind door deze beschuldigingen ernstig beschadigd wordt
in de ‘gezonde/evenwichtige’ ontwikkeling en voor het leven als ‘mogelijk
slachtoffer’ gestigmatiseerd wordt ? Dat de beschuldigende ouder zich hiermee
diskwalificeert als verantwoordelijk ouder ?
- moedwillige onthechting, oudervervreemding en ouderverstoting niet als
psychische kindermishandeling gezien moet worden ?
- ‘de uitgroei naar zelfstandigheid’ een handje geholpen moet worden door als
RvdK het kind al op jonge leeftijd van één der wortels van zijn bestaan en
identiteit af te snijden, door het kind, middels het adviseren van rechters in
deze, (meestal) de vader en zijn familie te ontnemen ?
Omgaan met
lichamelijke en psychische aandoeningen van een kind
Een ouder die een
(lichamelijk) ziek kind naar school stuurt kan op afkeuring rekenen uit de
omgeving, en waarschijnlijk ook op ingrijpen door leerkrachten.
Schijnbare -uit de
praktijk aantoonbare- manier van denken van Raadsonderzoekers /
gedragsdeskundigen en kinderrechters: Als een kind psychisch traumatisch
beschadigd wordt door een ouder (vaak de moeder) en de andere ouder het kind
hiertegen wil beschermen, doen we hier als RvdK niet aan mee. We geloven dit
gewoon niet. Een moeder doet zoiets niet.
Valse en ongegronde
aangiften van sexueel misbruik door moeders bestaan niet, ook al zijn zij door
politie onderzocht en geseponeerd. Ouderverstoting bestaat niet, en als het
toch bestaat -wie zal het zeggen, de RvdK ‘weet het niet’ en zij zal dit nooit
bevestigen- is dit uiteraard, samen met door de RvdK medeveroorzaakte
oudervervreemding, erg goed voor het zelfvertrouwen en de
identiteitsontwikkeling van een kind.. Er bestaan namelijk geen moeders die op
een valse wijze hun ex-partners uit hun eigen leven -en tegelijk uit dat van
hun kinderen- proberen ‘weg te werken’. Er bestaan geen ‘slechte’ moeders,
moeders zijn engeltjes, eigenlijk bestaan er alleen hele vervelende vaders,
echte duivels, die vreemd genoeg het familieleven voor hun kinderen belangrijk
vinden en steeds maar erop aandringen dat we moeten handelen volgens de wet.
Het als ouder zèlf
(psychisch) ziek maken van een kind, door oudervervreemding en ouderverstoting
door eigen houding en gedrag te veroorzaken, wordt, gezien hun handelen, door
RvdK en Rechterlijke macht schijnbaar gewaardeerd, zelfs gestimuleerd. De RvdK
als ‘doktersassistent’schrijft bijvoorbeeld jarenlang ‘rust’ voor bij
moeder-engel (=bewuste en actieve isolatie van / scheiding tussen kind en
vader), als recept voor ‘dokter’ de rechter, die dit receptje maar al te vaak
overneemt en uitschrijft, ook al is dit ‘medicijn’ fundamenteel en wettelijk verboden.
Hoe komt het toch dat
dit maatschappelijk aanvaard wordt ? Onbekendheid met de feiten ?
De RvdK gaat er voor het gemak vanuit, dat het
merendeel van de moeders impliciet altijd ‘goede’ouders zijn en ook altijd ‘de
meest fundamentele belangen’ van het kind uitzoeken en altijd daarnaar
handelen.
Voor het gemak ervan
uitgaat dat er geen moeders zijn die deze afwegingen niet maken. Niet wil
geloven dat moeders eigen belangen voorop stellen en door eigen gedrag en
houding hun kinderen (en de familie van de kinderen aan vaders zijde) zwaar
psychisch leed toebrengen.. De RvdK die domweg ervan uitgaat dat er geen
moeders zijn die weigeren met de uitwonende ouder te praten, die weigeren om
afspraken te maken en na te komen, die weigeren wat ze eventueel rechtens is
opgedragen, die weigeren de kinderen in alle vrijheid van hun familieleven met
de andere ouder te laten genieten..
Als een kind jarenlang een normale, prima relatie
had met beide ouders en er een goede hechting met beiden en een aantoonbaar gevoel
van veiligheid en geborgenheid bestond, dan wordt dit kind zwaar traumatisch
psychisch beschadigd door plotsklaps afkappen van elk contact met één van die
ouders. Dit is vergelijkbaar met de diepe verliesemoties die een kind ervaart
na plots overlijden van één der ouders. Dit is een concrete vorm van ernstige
psychische kindermishandeling (zie ook artikel van prof. mr. G.P. Hoefnagels in
Echtscheidingsbulletin maart 2004).
Als RvdK en rechtbank zich op een ongewenste manier mengen in de privésfeer van
kinderen en hun ouders, die door de zeer lange procesgang en tegen regelgeving
in veel te lange onderzoeksperioden hanteren -zonder ondertussen familieleven
tussen kind en ouder-, worden ouders tot een vorm van juridisch ‘gevecht’
gedwongen waar zij niet om gevraagd hebben en de kinderen al helemáál niet.
Vaak is het hierbij één van de ouders die niet wíl communiceren, meestal de
moeder.
Er kan dan dus niet gesproken worden van ‘twee vechtende ouders’ als één ouder
niet bereid is tot enig overleg en op alle manieren zaken blijft frustreren en
weigeren. Hier is sprake van een blokkade en onverantwoorde invulling en
uitvoering van het ouderlijk gezag door de weigerende ouder. Dit gedrag kan de
andere ouder niet verweten worden. Ook kan niet verweten worden dat op civiel
beschaafde manier via rechtbank een beroep gedaan wordt om hierin corrigerend
op te treden. Het kind dient beschermd te worden tegen een dergelijke
onverantwoorde invulling en misbruik van het ouderlijk gezag.
Hier zal daarom van
hoger hand snel, kordaat en duidelijk ingegrepen dienen te worden om de
kinderen hun relaties en hechting met beide ouders ongestoord doorgang te
kunnen laten vinden.
Onrust ontstaat bij
grote en plotselinge veranderingen in het bekende leef- en contact-patroon van
het kind. Er zal hiervoor een minimaal familieleven moeten blijven bestaan
tussen kind en de elders wonende ouder.
We moeten voorkomen dat
een onrealistisch, onjuiste beeldvorming bij kinderen ontstaat c.q. wordt
aangeleerd van de ouder die, na het uit elkaar gaan als partners, elders gaat
wonen. Het verliesgevoel, de pijn en het verdriet bij de kinderen te
minimaliseren is de opdracht waarvoor ouders en eventueel betrokken RvdK en
rechters zich dienen in te zetten. Dit schreeuwt om een goed geregeld en ononderbroken
familieleven met beide ouders. Het op dit vlak in de steek laten van kinderen
is een morele doodzonde waar wij ons als maatschappij voor moeten hoeden. Niet
voor niets is respect voor het familieleven in het EVRM opgenomen en is het
familieleven met beide ouders een fundamentele vrijheid van de mens. Het
respectloos ontnemen van deze vrijheid is een fundamentele misdaad tegen de
mens.
De RvdK vergeet voor het
gemak het verlies en de pijn dat in veel gevallen, door eigen adviezen aan rechters, het kind wordt aangedaan; door
het simpelweg het familieleven met een ouder te ontzeggen en deze ouder
(meestal de vader en zijn familie) van ‘rechtswege’ voor jaren volledig uit het
leven van het kind te bannen !
Volgens de RvdK moeten de kinderen het eigenlijk
helemaal te vertellen krijgen hoe het leven er in de nieuwe situatie (na het
uit elkaar gaan van beide ouders) uit moet komen te zien. De ouders kunnen dat
in hun ogen niet zelf regelen. Ze willen kinderen de macht geven waar ze nog
niet aan toe zijn (daarom zijn het immers kinderen). Ook ouders moeten weer in
hun nieuwe situatie groeien. De kinderen maken dit gewoon mee. Kinderen leren
hiermee dat er grote veranderingen in het leven kunnen plaatsvinden en leren
dan hoe daarmee omgegaan kan worden.
Typisch jaren ’70 idee, alles moet kunnen en vooral die tere zieltjes van de
kindertjes geen ‘geweld aandoen’ door ze weg te houden van (te ‘beschermen
tegen’; ja, dus tóch ‘kinderbescherming’) grote veranderingen in het leven of
als ouder duidelijke grenzen te stellen. Daar kunnen de kindertjes ‘niet tegen’
en belemmert ze in hun ontwikkeling..
Het feit dat de RvdK een
kind door haar adviezen bewust soms jarenlang de vader afneemt, zelfs het de
vader gerechtelijk onmogelijk maakt zijn kind in die jaren te mogen zíen, geeft
blijk van ontkenning van de kwaliteiten van vaders en lijkt op een diepe
agressie naar en respectloosheid voor vaders en hun familie.
Al had een kind geen
‘recht op ontwikkeling’, een kind ontwikkelt zich toch wel, dat is een
natuurlijk gegeven van opgroeiende mensen. Slechts de manier waarop een kind
zich ontwikkelt is op allerlei manieren in positieve of negatieve zin te
beïnvloeden door invloeden uit de omgeving. Deze omstandigheden zijn voor elk
kind anders.
“Ouders hebben samen de plicht...”
Daar moeten ze dan wel
toe in de gelegenheid gesteld worden.
Door fundamentele zaken
als het familieleven te onthouden aan een ouder wordt dit tot een onmogelijke
opdracht, waar nooit aan voldaan kan worden..
Een (praktijk) voorbeeld van wat dan niet meer zou moeten kunnen:
In situatie x kwam nooit huiselijk geweld voor. Moeder en vader hadden een
relatie waaruit een kind is geboren, zij wonen niet bij elkaar. Nooit hebben
ouders iets met politie, advokatuur, rechtbank, RvdK, te maken gehad. 5,5 jaar
vindt een prima familieleven met beide ouders plaats, middels een onderling
afgesproken omgangsregeling. Moeder raakt echter gefrustreerd en wordt jaloers
op het ‘vrije’ leven van de ex-partner. Moeder wil ook veel meer geld van
vader. Vader weigert hierop in te gaan. Moeder beëindigt plotsklaps de omgang
en alle contact tussen dochter en vader, dat 5,5 jaar probleemloos verliep;
dochter was dol op haar vader. Moeder beschuldigt de vader vervolgens van
sexueel misbruik van zijn dochter. Justitie onderzoekt de aangifte en komt na
onderzoek tot sepot van de aangifte. Rechtbank herstelt de omgang niet. Moeder
weigert elke medewerking aan herstel. Na inmenging van de RvdK en ruim een jaar
(!) zgn. ‘onderzoek’ met ongegrond advies tegen omgang tussen dochter en vader,
dat door een rechter klakkeloos wordt overgenomen, ziet vader inmiddels zijn
dochter al ruim 3 jaar niet meer..
Naar moeders gedrag wordt geen enkel onderzoek gedaan. De dochter is door de
moeder op traumatische wijze van haar vader gescheiden, wordt moedwillig ook
haar oma en opa onthouden. Het gevolg: oudervervreemding, onthechting en
ouderverstoting vinden geruisloos en zonder enig ingrijpen van RvdK en
rechtbank plaats.. Een ernstige vorm van psychische kindermishandeling.
Respect voor de stem van een kind
Beperkte macht is eigen aan kinderen, een
bepaalde machteloosheid is inherent aan het kind zijn. De ouder leidt het kind
en geeft grenzen aan en -bij de leeftijd passend- steeds meer ruimte en
verantwoordelijkheden, waarmee het kind eigenwaarde en zelfvertrouwen
ontwikkelt. De machtsverhouding tussen een kind en de ouders is essentieel voor
de ontwikkeling van respect voor autoriteit. Een kind waaraan teveel macht
wordt gegeven wordt veelal onhandelbaar, grenzenloos en respectloos naar
ouders/volwassenen, krijgt later vaak moeite met autoriteit, problemen met
uitoefening van macht, in privé- en later ook in de werksfeer.
Het is daarom dat mee (mogen) praten van kinderen prima is, het is goed om naar
kinderen te luisteren en ze als opgroeiend mensje te respecteren en serieus te
nemen. Echter de wil van een kind blijft ondergeschikt aan de wil van de
ouders, de regie (van wat er gebeurt) moet in een normale situatie bij de
ouders blijven. Zíj hebben de verantwoordelijkheid om de kinderen bepaalde
grenzen aan te geven, regels en gebruiken te leren, ook al willen de kinderen
dat zelf soms niet. Het moet ze aangeleerd worden. Daarmee wordt de ouderlijke
verantwoordelijkheid aangesproken. Serieus nemen van wat kinderen zeggen heeft
grenzen. Elke ouder weet dat wat een kind zegt niet altijd klopt met de
realiteit, of dat het niet altijd goed is voor het kind als datgene wat het
kind zegt te willen ook ten uitvoer wordt gebracht.
Het respect voor de wil van het kind heeft
ook grenzen. Kinderen willen soms:
- niet eten, niet naar bed, niet tanden poetsen, niet kamer opruimen, niet ...
- gewoon niet mee, niet naar school, niet naar de tandarts, ...
Moeten we dat respecteren en ze dan maar thuis laten ?
Ook het familieleven met de vader valt onder de zaken waar in beginsel geen discussie over mogelijk is. Een kind moet, door houding, gedrag en handelwijze van de moeder, merken en beseffen dat het normaal is om net als bij de moeder ook regelmatig bij de vader te verblijven.
Als een kind niet wil of bang is om naar het ziekenhuis of de dokter te gaan, moeten we dan maar niet gaan (als ouder wetende dat niet-gaan ernstige gevolgen kan hebben voor het kind) ?
Als ouder weet je beter en moet je je kind, naast liefdevolle aandacht en verzorging, sturing en leiding geven. Kinderen bevinden zich de facto in de afhankelijke positie dat ze hebben te gehoorzamen en dat zij van deze sturing en leiding van hun ouders leren. Samen met het stellen en handhaven van leeftijdsgebonden grenzen, geeft dat kinderen een gevoel van veiligheid, van waaruit ze zich langzamerhand kunnen ontwikkelen tot jonge volwassenen.
In de publicatie van mevr. Smulders ‘En ze leefden
nog lang en gelukkig’ kan ik goede passages vinden. Jammer dat zij met de steun
voor de nota van mevr. Kalsbeek en het verdedigen van het beleid van de RvdK en
rechtbanken (in het ontnemen van familieleven aan vooral vaders en kinderen),
toch bewijst dat ze het familieleven met de beide ouders (de wortels en
identiteit van een kind bepalend) niet als erg belangrijk in het leven van een
kind wíl respecteren.
Mevr. Smulders ziet zichzelf als iemand die voor een ander mens mag bepalen óf
zij van hun fundamentele recht én fundamentele vrijheid op familieleven met hun
nageslacht gebruik mógen maken. Net als vele kinderrechters die, op basis van
dit soort onzindelijk gedachtengoed, raads-adviezen tot het afnemen van het
kind van het familieleven met een ouder (meestal de vader), met alle directe-
en op termijn ernstig psychische gevolgen voor de kinderen, vaak ongegrond,
ongecontroleerd, klakkeloos overnemen.
De veiligheid, die een kind voelt door de aanwezigheid in het leven van beide
ouders, dus ook van de eigen vader, is wat RvdK en rechters aan vele kinderen
vele jaren lang onthoudt door hen het familieleven met hun vader te verbieden.
Een kind groeit maar één keer op, dat kán niet worden overgedaan. Elke ouder
kan dit dus ook maar één keer meemaken en hierin maar één keer de ouderrol
vervullen. De welwillende ouder, aan wie de uitoefening van de ouderrol
onmogelijk wordt gemaakt, kan deze jaren nooit meer overdoen. Onthechte,
vervreemde, psychisch beschadigde kinderen en ouders zijn het resultaat van het
gevoerde wanbeleid.
Einde bemoeienis RvdK
in omgangskwesties
Het gedachtengoed van de RvdK (mevr. L. Smulders), steun voor de nota van PvdA
en inbreng in de discussie over het recht op ‘omgang’/familieleven, kan niet
langer als serieus genomen worden en beschadigt direct en indirect vele
families en kinderlevens.
Het adviseren tot -en
bij rechterlijke beschikking, zondere enige strafrechtelijke grond,- opleggen
van een scheiding tussen een kind en één van de ouders (meestal de vader),
is tegennatuurlijk en gaat in tegen elk fundamenteel-, humanitair- en
rechtsbeginsel en zou daarom in een land, dat de fundamentele rechten en
vrijheden van de mens (incl. kinderen!) onderschrijft, nooit en te
nimmer mogen plaatsvinden. Dus óók niet na vals gebleken beschuldigingen
van misbruik.
In conflictsituaties m.b.t. frustratie van familieleven tussen kinderen en een ouder zal, als voorwaarde vòòraf aan een eventuele rechtsgang, een snel ingezette kortdurende verplichte, door de overheid voor beide ouders betaalde, forensische bemiddeling moeten plaatsvinden.
Bij éénzijdige volharding in de weigering medewerking te geven aan het ongestoord laten genieten van het familieleven van het kind met de andere ouder, zal de weigerende ouder verplichte corrigerende hulp moeten worden opgelegd met veroordeling tot de kosten van beide partijen.
Het ouderlijk gezag zal na de corrigerende
hulp voorwaardelijk moeten worden gemaakt: bij recidieve van frustratie van
familieleven van kind met de andere ouder, zal het ouderlijk gezag worden
ontnomen en definitief aan de andere, welwillende, ouder worden overgedragen.
De borging van een (minimaal) familieleven
tussen kinderen en hun beide ouders zal ten allen tijde uitgangspunt moeten
zijn. Indien nodig middels het van rechtswege opleggen van daadkrachtig
gehandhaafde -en respect voor het familieleven van kinderen en ouders
afdwingende- sancties.
E.C. van der Waal
8 juni 2004,
’s-Hertogenbosch
www.ouderverstoting.nl
1 Raad voor de Kinderbescherming.
2 Internationaal Verdrag Rechten van het Kind.
3 Europees Verdrag Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden.
4 Meestal worden de vaders het familieleven met hun kinderen ontnomen door moeders, RvdK en rechtbank. In verband met de duidelijkheid van de tekst is er in dit essay voor deze weergave gekozen, die het meest met de realiteit overeenkomt.